Werkkapitaal onder spanning: Reversed logistics in een circulaire keten

Schijvens Corporate Fashion is een producent van circulaire bedrijfskleding. Zowel workwear als representatieve kleding weten hun weg te vinden naar grote klanten in België en Nederland. Jaarlijks worden er door Schijvens zo’n 400.000 medewerkers van klanten op duurzame wijze gekleed.  Commercieel directeur Shirley Schijvens en hoofd F&A Johan Pijnenburg leggen uit dat een sterke ketenregie niet altijd voorkomt dat het werkkapitaal onder druk staat.

In de klassieke textielketen ontstaat het werkkapitaalbeslag bij het design en verschuift het via de productie en warehousing om te eindigen bij verkoop: de klassieke Cash Conversion Cycle (CCC). Bij een circulair ketenmodel verschuiven al die momenten naar voren én naar achteren tegelijk. Grondstoffen keren terug in de vorm van afval, logistieke stromen worden omgedraaid en voorfinanciering kan zich uitstrekken over meerdere schakels. Voor CFO’s in de grote KMO roept dat een fundamentele vraag op: hoe organiseer je werkkapitaalbeheer wanneer je klant tegelijk afnemer én toekomstige grondstofleverancier is? Bij Schijvens Corporate Fashion, een middelgroot familiebedrijf actief in bedrijfskleding, is die vraag dagelijkse praktijk. CMO Shirley Schijvens beschrijft hoe commerciële keuzes, supply chain aansturing én integratie alsook werkkapitaalposities én financieringen in elkaar grijpen. Het resultaat is een circulaire keten waarin reversed logistics (retourlogistiek) niet alleen een duurzaamheidsinstrument is, maar ook leidt tot een diversiteit aan werkkapitaalvraagstukken.

Een ontkoppelpunt diep in de keten

Het klassieke klant-order-ontkoppelpunt (KOOP) ligt bij veel productiebedrijven relatief laat in de keten. Bij standaardcollecties kan voorraad worden omgezet naar meerdere klanten. Bij Schijvens ligt dat KOOP veel eerder, ofwel dieper in de keten. Bij een eerste bestelling is er sprake van KOOP5: “Engineer to Order”. Schijvens ontwerpt en produceert bedrijfskleding volledig klantspecifiek. Ontwerp, materiaalkeuze, fournituren, logo’s en functionele details worden per klant vastgesteld. Op het moment dat de klant akkoord geeft, is de afname voor één of meerdere jaren in beginsel gegarandeerd. Commercieel lijkt dat comfortabel. Vanuit de logistiek gezien betekent het echter dat de specificiteit van het assortiment extreem hoog is. Een polo met bedrijfslogo van een specifieke retailer is niet herplaatsbaar bij een andere klant. Het productie- en voorraadrisico zijn daarmee zéér geconcentreerd.

Daar komt bij dat in het circulaire model de klant later opnieuw in de keten verschijnt: als leverancier van gebruikte kleding die wordt gerecycleerd tot nieuwe grondstof. Het ontkoppelpunt verschuift daarmee nóg verder naar voren. Ontwerpkeuzes -zoals kleurstellingen, bedrukte of genaaide logo’s, maar ook het gebruik van fournituren- zijn medebepalend voor de latere recycleerbaarheid. Design-for-recycling is daardoor direct verbonden aan de huidige én toekomstige kostenstructuur. Om die kosten te drukken en tevens de recycleerbaarheid te vergroten is fysieke integratie een noodzaak. Deze integratie uit zich onder meer in homogene materiaalkeuzes en het gebruik van standaard kleurenpaletten.

Werkkapitaal, true costing en transparantie in de keten

Schijvens werkt met open kostprijsberekeningen richting klanten. In de calculatie worden loonkosten, fournituren, stofprijs, transport, kwaliteitscontrole en marges afzonderlijk inzichtelijk gemaakt. Ten behoeve van de recyclage wordt bovendien een opslag opgenomen voor retourlogistiek en verwerking. Dat model heeft bij Schijvens een tweetal financiële implicaties.

Ten eerste begint het werkkapitaalbeslag eerder in de keten vorm te krijgen. In het recyclingproces worden de oude ingezamelde kledingstukken eerst geshred en verhakseld tot vezels, die vezels worden opnieuw gesponnen tot garen voordat het kledingstuk opnieuw wordt geweven en geconfectioneerd. Dat betekent dat uitgaven aan leveranciers van grondstoffen, garen en doek al plaatsvinden ruim voordat het eindproduct factureerbaar is. Bovendien komt de afvalstroom niet op afroep, maar geheel conform de eigenschappen van de reversed logistics, ongepland binnen.

Ten tweede wordt de volledige keten onderdeel van de prijsdiscussie in het licht van de door Schijvens vrijwillig toegepaste European Sustainability Reporting Standards (ESRS) en de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Niet alleen de confectionering, maar ook de garenproductie, sortering, shredding en de inzameling van versleten kleding worden daarin meegenomen.

Waar veel textielbedrijven inkopen bij de laatste schakel, de naaifabriek, heeft Schijvens de regie in de keten naar zich toegetrokken. Het bedrijf onderhoudt directe relaties met spinnerijen, ververijen en zelfs katoenproducenten. In één geval is zelfs sprake van participatie in een regeneratieve katoenplantage. Voor het hoofd F&A betekent dit dat voorraden zich niet alleen in het eigen distributiecentrum bevinden, maar ook extern: als garen, als geverfd doek of als halffabricaat bij partners in verschillende landen en zelfs als goods-in-transit. Die externe voorraden zijn veelal reeds betaald; Schijvens loopt daarmee het volledig economisch risico terwijl het de voorraden niet in eigen beheer heeft. De ketenprocessen “Stock-to-Fulfill”, “Production-to-Stock” én “Goods-in-Transit” resulteren hier stuk-voor-stuk in een hoger én langer werkkapitaalbeslag.

Externe voorraden en balanscomplexiteit

De fysieke integratie van de keten noopt tot informatie-integratie en leidt tevens tot balanscomplexiteit. Externe voorraden moeten administratief worden gevolgd, toegewezen aan specifieke klantorders en gewaardeerd tegen de juiste kostprijs. Wanneer bijvoorbeeld 10.000 meter doek is geproduceerd en slechts 1.000 meter wordt toegewezen aan een concrete order, resteert een externe voorraadpositie. Die positie vertegenwoordigt reeds gefinancierd werkkapitaal. Voor de accountantscontrole en bancaire rapportage is dit een triviale exercitie. De kostenallocatie, maar ook de ouderdomsanalyse en waarderingsgrondslagen vereisen een strak ingerichte administratie. De jaarafsluiting concentreert zich nadrukkelijk op deze posten.

Reversed logistics als werkkapitaalverlenging

In een lineair model eindigt de financiële exposure na levering en betaling; het zogenoemde “Order-to-Cash” proces. In een circulair model begint juist dán een nieuwe cyclus.

Gebruikte bedrijfskleding wordt via retourstromen verzameld, in Nederland geshred en vervolgens opnieuw verwerkt in spinnerijen. Tussen inzameling en herintroductie in productie zit een periode waarin materiaal fysiek aanwezig is, maar voor deze materialen nog geen nieuwe omzet is gegenereerd.

Dat betekent dat reversed logistics de werkkapitaalcyclus verlengt. Niet alleen de productie moet worden voorgefinancierd, maar ook inzameling, sortering, shredding en het transport naar Azië. De kostprijsopslag voor recycling dekt deze handelingen af, maar timing blijft cruciaal. De cash-out vindt plaats voordat een nieuwe order is gefactureerd. In periodes van groei vergroot dit de financieringsbehoefte van het werkkapitaal substantieel.

Voorraadfinanciering en debiteurenstructuur

Aan de financieringszijde combineert Schijvens bancaire faciliteiten met commercial finance. Debiteuren worden voor 95 procent gefinancierd binnen afgesproken limieten. Voorraadfinanciering is deels beschikbaar, maar kent beperkingen, onder meer bij ouderdom van voorraden.

Een complicerende factor is de aard van de klantenportefeuille. Grote namen domineren het debiteurenbestand. Contractueel kan zijn vastgelegd dat een individuele debiteur niet meer dan een bepaald percentage van het totaal mag uitmaken. Bij grote uitlevermomenten, bijvoorbeeld bij een volledige vervanging van werkkleding in geval van restyling, kan die grens onder druk komen te staan.

Daarnaast verschillen contractafspraken over facturatiemomenten. Sommige klanten accepteren facturatie bij binnenkomst in het distributiecentrum van Schijvens. Andere wensen pas betaling bij uitlevering aan individuele vestigingen. In dat laatste geval zou het werkkapitaalbeslag langer bij Schijvens liggen. Voor het bedrijf betekent dit een directe impact op de liquiditeit en daarmee de bankconvenanten. Voor Schijvens is betaling bij uitlevering daarom zelden bespreekbaar.

Forecasting versus realiteit

Werkkapitaalbeheer is niet alleen een financieringsvraagstuk, maar vooraleerst een planningsvraagstuk. Bij klanten met grote aantallen Stock Keeping Units (SKU) en personeelsmutaties is forecasting complex. Wanneer een organisatie 700 vacatures openzet, betekent dat niet dat er 700 “standaard medewerkers” instromen. De diverse soorten tenue(s), maatverdelingen maar ook bijgeleverde accessoires zijn onzeker. Een brede voorraad moet echter beschikbaar zijn om servicelevels te halen.

Het resultaat is een spanningsveld tussen uitlevergraad en voorraadomvang. Een hoge servicegraad vereist buffers, maar buffers leiden tot veroudering en lagere financierbaarheid.

Hier manifesteert zich een klassiek dilemma: wie draagt het voorraadrisico? In een circulaire keten met een hoge productspecificiteit wordt dat dilemma bovendien versterkt doordat producten niet generiek inzetbaar en uitwisselbaar zijn.

Digitale productpaspoorten en traceerbaarheid

Vanaf 2027 wordt in de Europese Unie het digitale productpaspoort verplicht. Voor textiel betekent dit dat herkomst, samenstelling en keteninformatie digitaal ontsloten moeten zijn.

Schijvens integreert deze verplichting in het bestaande circulaire model. QR-codes in kledingstukken koppelen dragers aan keteninformatie en retourmogelijkheden. Hoewel dit primair een compliance issue lijkt, creëert het ook datapunten. Inzicht in retourpercentages, gebruiksduur en materiaalstromen kan op termijn leiden tot betere forecasting en lagere werkkapitaalbehoefte.

Groeiversnelling en kapitaalstructuur

Tussen 2019 en vandaag groeide de omzet van zo’n 8 miljoen euro naar ongeveer 30 miljoen euro. Een dergelijke groei vergroot de absolute werkkapitaalbehoefte exponentieel. Naast bancaire financiering is daarom aanvullend kapitaal aangetrokken via een achtergestelde duurzame lening. Dat vergroot de financieringsruimte en versterkt de balanspositie richting banken. Voor CFO’s in een KMO zal dit herkenbaar zijn: duurzame groei vraagt om een kapitaalstructuur die meebeweegt met voorfinanciering, seizoenspatronen en contractpieken.

Conclusie: circulair denken vraagt financieel systeemdenken

Reversed logistics wordt vaak besproken vanuit duurzaamheidsperspectief. In de praktijk blijkt het vooral een systeemvraagstuk. Ontwerpkeuzes voor bepaalde mate van standaardisatie van materialen beïnvloeden toekomstige goederenstromen, werkkapitaalposities én cashflows. Groei vergroot de maatschappelijke impact, maar evenzeer de financieringsdruk. Voor CFO’s ligt de kernvraag niet in de wenselijkheid van circulariteit, maar in de beheersbaarheid ervan. Wie het klant-order-ontkoppelpunt diep in de keten legt, zal de fysieke en informatie-integratie integraal moeten organiseren en de regie van de diverse ketenschakels naar zich toe moeten trekken.

Het voorbeeld van Schijvens laat zien dat circulair ondernemen in de KMO geen idealistisch experiment is, maar een financieel gedisciplineerde operatie. Reversed logistics verlengt weliswaar de werkkapitaalcyclus, maar draagt ook bij aan een duurzame keten en creëert bovendien additionele datapunten voor sturing. Voor financials betekent dit: denk niet alleen in omloopsnelheden van separate werkkapitaalposities, maar in ketensamenhang. Wie circulair onderneemt, beheert niet alleen de crediteuren-, voorraden- en debiteurenposities, maar een ecosysteem van wederkerige afhankelijkheden.

Redactie: Jean Gieskens

Foto's: Jerry De Brie

Datum
01-03-2026